Bedrijven & Cases: Hollestelle, Goes - TNO-pilot High Performance Academy: Verhoging Prestatie Maakindustrie Zeeland


De organisatie: Koninklijke Hollestelle Kranentechniek
De Koninklijke Hollestelle Groep is een cluster van technische bedrijven. Doorlopende scholing en klantgericht denken ondersteunen het vakmanschap. Zo blijft techniek toch ‘mensenwerk’. Hollestelle bestaat uit vier verschillende bedrijfstakken:

  • Konstruktie
  • Kranentechniek
  • Keurinstituut
  • Handel


De Koninklijke Hollestelle Groep is één van de meest vooruitstrevende technische bedrijven van Zeeland. Bekend zijn de innoverende aanpak, kwaliteitsbewustzijn en oplossingsgerichte houding. Klanten hebben veel profijt van de technische hoogstaande oplossingen, korte levertijden en gunstige prijzen. Dit is het gevolg van de vier nauw samenwerkende en elkaar aanvullende werkmaatschappijen.

High Performance Academy
In de periode van september tot december 2008 heeft Hollestelle deelgenomen aan een pilot van de High Performance Academy (HPA). Gedurende deze periode hebben drie MER (Management, Economie & Recht) studenten van de Hogeschool Zeeland, onder begeleiding van TNO, een onderzoek uitgevoerd en een adviesrapport geschreven. Uiteindelijke doel van het onderzoek was om de efficiëntie en inzet & motivatie van het personeel van Hollestelle te verbeteren.

Probleemstelling
De probleemstelling is door de studenten als volgt geformuleerd:

“Hoe kunnen we de doorlooptijd verkorten en efficiëntie verhogen van het proces van de kranenbouw?”

Naast de probleemstelling zijn er door de studenten een aantal deelvragen opgesteld:

  • Wat is de reden voor het verkorten van de doorlooptijd en het verbeteren van de efficiëntie?
  • Waar liggen de knelpunten?
  • Waar liggen ruimte(s) voor verbetering van het kranenbouwproces?
  • Hoe denkt TNO over een oplossing voor de probleemstelling?
  • Wat kan Hollestelle zelf doen m.b.t. de probleemstelling? En op welke manier?
  • Wat kan Hollestelle niet zelf doen m.b.t. de probleemstelling?

 

De case
De aanleiding voor het innovatieproces is een drukke periode geweest voor Hollestelle BV. Tijdens deze periode heeft het bedrijf moeite gehad om aan de vraag te voldoen en daarom willen ze innoveren en gebruik maken van de aangeboden kennis van TNO.
Dezelfde mogelijkheid werd ook geboden aan andere bedrijven in Zeeland en zo is een groep bedrijven ontstaan die allemaal voor een eigen uitdaging stonden met betrekking tot innoveren en vernieuwen.

Verbeterpunten
Uit het onderzoek van de studenten zijn een aantal verbeter- en knelpunten naar voren gekomen:

  • Wachttijden die voortkomen uit het wachten op beschikbare middelen (bijvoorbeeld de kraan) of mensen (Bijvoorbeeld lassers of elektriciens)
  • De inzetbaarheidmatrix in combinatie met de algehele planning en het opleidingsplan om zo de personeelsbehoefte op zowel de korte als lange termijn inzichtelijk te maken
  • Aandacht voor de communicatie tussen werkvoorbereiding en de werkplaats, met name met betrekking tot de volledigheid van de tekeningen
  • Communicatie tussen de leverancier verbeterd: In eerste instantie voor de levering van de producten, maatvoering en de volledigheid van het geleverde. Daarnaast ook de leverancier aangesproken op punctualiteit
  • Ruimtegebrek en de routing
  • Kwaliteitscontrole aangescherpt


Om tot een oplossing van de problemen te komen, zijn de volgende drie dingen door de studenten en Hollestelle onderzocht:

  • De routing tijdens het bouwproces van de kranen
  • Alternatieve indelingen van de werkplaats (incl. extra kraan en stalling voor onderdelen)
  • Uitbreiding van de werkplaats en onderzoek naar andere locatie

 

Methodiek
De studenten hebben van TNO een aantal methodieken aangereikt gekregen om de problemen in kaart te brengen. De eerste is een ‘checklist Lean Manufacturing’, waarop alle groepsleden aan kunnen geven hoe vaak iets voorkomt, van zelden tot nooit tot veel/vaak/regelmatig. De tweede is een andere checklist, met dezelfde strekking, om de kwaliteit en beschikbaarheid na te gaan. Ook is er een verstoringformulier gemaakt, waarop tijdens het bouwproces het soort verstoring of oponthoud, op welke afdeling dit plaatsvond, de extra wachttijd die dit met zich meebrengt en wat er ten grondslag lag van de verstoring wordt vastgelegd. Tot slot hebben de studenten interviews gehouden onder het personeel. Om een breder beeld te krijgen van de knelpunten, zijn niet alleen leden van de projectgroep, maar ook andere personeelsleden geïnterviewd.

Evaluatie Hollestelle Kranentechniek
drs. ing. J.W. Hollestelle (Algemeen directeur)

“Wij hebben intern een werkgroep opgesteld, met de mensen die betrokken zijn bij het kranenbouwproces. Daar lag de focus van het project. Binnen de werkgroep hebben we gekeken welke efficiëntie verbeteringen we door zouden kunnen voeren. Er zijn mensen bij betrokken geweest van zowel de werkvoorbereiding als de productie. Met dat team zijn we aan de slag gegaan om te kijken waar de knelpunten liggen. Er is gekeken naar de planning, eventuele technische knelpunten, ruimte en middelen. Die knelpunten zijn tijdens sessies met elkaar besproken. En daarbij is begeleiding geweest vanuit TNO en zijn er drie studenten van de opleiding Management, Economie en Recht (MER) van de Hogeschool Zeeland bij betrokken geweest. De studenten waren één per week bij ons aanwezig om voortgang met het project te boeken. Ze hebben interviews afgenomen met de medewerkers, de lay-out van de fabriek onder de loep genomen en gekeken of daar knelpunten zaten en we een andere routing zouden gaan hanteren zodat alles wat soepeler zou gaan verlopen. Uiteindelijk hebben de studenten een analyse gemaakt, conclusies getrokken en adviezen uitgebracht.”

“De studenten hadden eigenlijk weinig affiniteit met techniek, dat heeft eerlijk gezegd leuk uitgepakt. Het was voor de studenten soms moeilijk, als de medewerkers heel technisch begonnen. Maar aan de andere kant konden zij redelijk abstract naar het hele proces kijken en dat is voor beide partijen erg leerzaam geweest. De studenten waren ook wel de motor van het geheel. Ze waren consequent één dag in de week er mee bezig, hadden vragen of informatie nodig. Zelf wordt je geleefd door de waan van de dag. Maar toch is het goed om met zo’n onderwerp bezig te zijn. Het is ook goed om daar later nog structureel mee bezig te zijn op de achtergrond.”

“We zijn er als werkgroep redelijk blanco ingegaan. We waren wel heel blij met hoe de studenten het op hebben gepakt. Ze zijn ook al in de vakantie begonnen bijvoorbeeld, want het was qua timing allemaal wat lastig. Het is misschien wat rommelig begonnen, maar uiteindelijk hadden we wel drie studenten die het goed opgepakt hebben en die er zich in vast hebben gebeten. Ze wilden wel echt wat bereiken hier.”

“Ik zou andere bedrijven zeker aanraden om deel te nemen aan het project, zeker ook omdat ik vind dat elk bedrijf wel iets te verbeteren heeft. Je kunt zelf bepalen hoe open je er over wilt zijn. Je leert altijd van elkaar. Je krijgt vanuit zowel de Hogeschool Zeeland als TNO handzame tools om mee aan de slag te gaan. Dat vind ik wel heel prettig. Door de subsidies is de eigen inleg relatief beperkt. Het is dus meer een investering in tijd dan in geld.”

 

Terug